Gedurende veertig dagen hebben we ons voorbereid op het feest van Pasen. Veertig dagen van boete en bezinning; van inkeer en bekering. Voor de tijd daarna zijn maar liefst vijftig dagen ingeruimd. Zij vormen de Paastijd, die zich uitstrekt van Pasen tot en met Pinksteren. Daarin vieren we de genade van de Verrijzenis; de vreugde van het opstaan en tot nieuw leven komen.
De genade duurt dus langer dan de boete; de vreugde overstijgt uiteindelijk de droefheid.
Daarmee mogen wij op weg zijn en op weg blijven. Treffend verwoord met de slotgedachte, die vanuit de Paaswake werd meegegeven:

Als je wilt dat er licht is
ontsteek het dan zelf:
je hebt lucifers om het te doen ontbranden.
Een mens heeft zoveel liefs in beide handen
Als je wilt dat er warmte is
maak dan hoog het vuur:
Je hebt woorden om kilte te doven.
Een mens heeft zoveel kracht om te geloven.
Als je wilt dat er liefde is
geef dan iets van jezelf in troosten:
een veilig omarmen.
Een mens heeft zoveel steun om anderen te warmen.
Als je wilt dat er leven is
leef dan zoals Jezus de Gezalfde heeft laten zien
maak dat maar zichtbaar.
Een mens heeft zoveel goeds te geven aan elkaar!

 

 

Pastoor P. A. Owel.